Conflictescalaties door sociale media

Inleiding

Wij hebben al eerder aangegeven dat wij bedenkingen hebben bij het fenomeen “sociale” media. In dit artikel willen wij op basis van conflict-theorieën hier wat dieper op in gaan.

Politieke en culturele ontwikkelingen in de 21ste eeuw doen veel mensen denken dat conflicten meer en meer escaleren. De polarisatie tussen bevolkingsgroepen op basis van etniciteit, seksualiteit, geloofsovertuiging of anderszins lijkt alleen maar toe te nemen. Grondig onderzoek hiernaar ontbreekt vrijwel, waardoor het moeilijk is dit “gevoel” te onderbouwen met solide cijfers. Een feit lijkt echter wel te zijn dat het makkelijker lijkt zich meer en meer te isoleren in een zelfversterkende sociale “bubble”.

Verzuiling en ontzuiling

In Nederland kenden wij in de vorige eeuw het verschijnsel “verzuiling”. Je zou dit kunnen zien als een eerste verschijningsvorm van deze “bubble”: mensen richtten een sociale groep op waarbinnen alle activiteiten plaatsvonden en waardoor men ook vrijwel alleen in aanraking kwam met gelijkgezinden. Men werd geboren in een rooms-katholiek gezin, ging naar de rooms-katholieke kerk, was geabonneerd op een rooms-katholieke krant, luisterde naar de rooms-katholieke omroep op radio en later televisie, en stemde op een rooms-katholieke partij.

Het is intrigerend om te zien wat de verklaringen zijn voor de ontzuiling die in Nederland is opgetreden na 1952. In dat jaar stemde nog 72 procent van de kiezers “verzuild”. In 1998 was dat afgenomen tot 40 procent. Als verklaringen worden vaak genoemd de toegenomen mogelijkheden om informatie te verkrijgen via de media. Vooral televisie, de toegenomen welvaart en daarmee gepaard gaande mobiliteit, en het ontstaan van “ontzuilde” televisiezenders als de TROS die makkelijk te consumeren programma’s maakten voor iedereen. Mensen kwamen in aanraking met allerlei andersdenkenden en leerden langzamerhand dat de wereld groter was dan ze dachten.

Herzuiling

Door de exponentiële groei van het internet (begonnen in 1967 met twee computers en geschat -2020- momenteel meer dan 3 miljard componenten) en vooral natuurlijk de beschikbaarheid van dat netwerk voor een groot deel van de wereldbevolking zou je kunnen denken dat die ontzuiling alleen maar nog groter kan worden. Informatie is immers overal te vinden. Je zit aan de keukentafel en vraagt je af: wanneer waren de eerste mensen in Amerika? Je grijpt je telefoon (die natuurlijk altijd voor het grijpen ligt) en zoekt het op.

Vijf minuten later ben je het antwoord waarschijnlijk alweer vergeten…

Wij denken echter dat de verzuiling juist weer teruggekeerd is: herzuiling! En nu is het niet langer een typisch Nederlands verschijnsel maar is het in een nieuwe vorm wereldwijd.

Tegenwoordig is de schaal ervan exponentieel vergroot met een aantal ordes van grootte. Je zou kunnen zeggen dat de verzuiling nu op wereldformaat is herboren. Door de schaalgrootte, en het zogenaamde getal van Dunbar, is er namelijk ruimte voor een bijna oneindige versnippering van subgroepen. Elk op zich zijn deze groot genoeg om zichzelf geheel te bedruipen. De leden bewegen zich vrijwel uitsluitend binnen die groep en raken steeds meer vervreemd van andere groepen, tot het zover kan komen dat die andere groepen, welke dan ook, als bedreigend en satanisch worden gevoeld. Daarnaast zijn er binnen de grootste “zuilen”, die in Nederland vroeger vooral op religieus en politiek vlak werden gedefinieerd, talloze sub-zuilen ontstaan, de zogenaamde “bubbles”. Het kan nu voorkomen dat je hoort tot een subgroep die gelooft in de rooms-katholieke god, maar daarbinnen in allerlei extra’s: bedreigingen vanuit andere godsdiensten, demonisering van financiële instituten, en wantrouwen tegen technologie, en daarbinnen dan weer tegen technologie uit China of iets dergelijks.

De schaal paradox

De paradox is dus dat opschaling in het begin (vanaf 1952 met de televisie) een tegengesteld effect had dan verderop in het proces. In het begin verruimde het de wereld. “Andersdenkenden” kwamen binnen jouw invloedssfeer. De idealen die ten grondslag lagen aan de internetpioniers waren precies dit: eenvoudige beschikbaarheid van informatie, en vooral de mogelijkheid om met iedereen eenvoudig te communiceren. Dit alles zou bijdrage kunnen zijn aan een nieuwe wereldorde, van democratie, vrede en vrijheid.

Het is hetzelfde als water: heb je te weinig dan overleef je dat niet, heb je genoeg dan floreer je, heb je teveel dan overleef je het weer niet (watervergiftiging). Juist het bewustzijn van maat houden is vreemd aan het Neo-klassieke economische denken, dat bizar genoeg uitgaat van onbegrensde exponentiële groei.

Conflicten tussen “bubbles”

De isolatie tussen groepen had ook in de tijd van de verzuiling zeer problematische kenmerken: protestanten zagen room-katholieken als aanhangers van een satanische sekte. De “ander” was niet alleen anders — hij was zelfs niet alleen “slecht”. Nee, de ander was reddeloos verloren, eigenlijk niet meer een menselijk wezen maar een dier, een minderwaardig en onwaardig schepsel.

De escalatie van het niet meer kunnen zien van de ander behalve door een sterk misvormde en gekleurde bril, is kenmerkend voor alle conflicten. Wij maken het in onze praktijk telkens weer mee: de ene conflictpartij vertelt over hoe onmenselijk de ander zich heeft gedragen, en schetst telkens weer het beeld van de ander als een onmens, een monster. Wij zitten als bemiddelaars buiten het conflict, en ervaren altijd dat beide partijen alleszins redelijk, aanspreekbaar en in essentie “goede” mensen zijn, van goede wil. Alleen het beeld dat de partijen van elkaar hebben raakt, naarmate de escalatie vordert en geen halt wordt toegeroepen, volledig los van de werkelijkheid. Zoals Friedrich Glasl in de escalatietrap ook uitlegt zijn partijen die in het conflict in het laatste stadium (trede 9) zijn aangeland zozeer gefocust op de totale vernietiging van de “vijand” dat zelfs de eigen collaterale vernietiging op de koop toe wordt genomen!

Maar het is van belang te herhalen: dit gebeurt bij alleszins “normale”, verantwoordelijke mensen! En de vervorming van de waarneming is echt niet beperkt tot die laatste trede, maar begint al in de eerste fase, die van verharding.

Het lijkt uit sociologisch onderzoek ook wel dat menselijke groepen, geïsoleerd van elkaar levend, bijzonder kwetsbaar zijn voor dit soort demonisering van de “ander”. We zien dit verschijnsel optreden in allerlei geledingen op scheidingslijnen tussen geslachten, seksuele voorkeur, huidskleur, geloof, inkomensgroepen, voedingspatronen, of zelfs schijnbaar triviale zaken als muzikale voorkeur!

De Polemiek

Wat de moderne vorm van verzuiling onderscheidt van de vroegere, Nederlandse vorm ervan, is het aspect polemiek.

Ten tijde van de verzuiling in Nederland ontstond ook een typisch Nederlandse vorm van publiek entertainment: de cabaretier, en dan met name zij die politiek en cultuur op de hak namen, met namen als Wim Kan, Toon Hermans en Wim Sonneveld. De oorsprong lag weliswaar in het Franse cabaret, maar dat nam in Nederland toch echt een andere vorm aan: de politieke satire. De verzuiling was natuurlijk een eindeloze inspiratiebron voor dit soort satire, door het clowneske gedrag van gepolariseerde mensen.

Deze satire is in de herzuiling ook teruggekeerd in een wanstaltige vorm: de “discussies” op het web. Lees de reacties op een tweet over het abjecte gedrag van een wereldleider en je struikelt over zogenaamd cabareteske opmerkingen, natuurlijk vooral gedreven door de jacht op “likes”. Maar zelfs bijvoorbeeld de commentaren op “serieuze” artikelen in een “kwaliteitskrant” als het NRC zijn hier zelden van gevrijwaard. Mensen tonen over een bewonderenswaardige creativiteit te beschikken om een ander “neer te zetten”.

Er is echter een groot verschil tussen een cabaretier die in zijn politieke satire een partij te kakken zet, en een (meestal anonieme) commentator op het web: de cabaretier zal over het geheel genomen zich niet tot één partij beperken. Iedereen krijgt het voor de kiezen, en de kijker/luisteraar weet dat het goed bedoeld is, en met veel humor en relativeringsvermogen wordt gebracht. De cabaretier de-escaleert juist: de kijker herkent zichzelf, en verruimt zijn wereld. De cabaretier droeg juist bij aan de ontzuiling!

De commentator op het web bedient zich weliswaar ook vaak van humor, maar het venijn druipt er meestal van af. Hij scoort vooral voor de eigen “bubble” en hoopt daarbinnen in waardering en aanzien te stijgen.

Willen wij deze spiraal stopzetten of terugdraaien dan zijn serieuze maatregelen nodig. Zelf-regulatie, het catechismus van de vrije markt, kan hier niet meer werken, zoals wij in ons vak van conflictbeheersing al lang hebben geleerd.

Terugkeer naar harmonie

Zoals in vele onderzoeken rondom conflict-escalaties is gebleken, is er al vrij snel (op de tweede of derde trede al) een moment in de escalatie bereikt waarop de betrokken partijen niet meer in staat zijn tot de-escalatie. Externe krachten zijn dan nodig om in te grijpen. Dit kunnen juridische (wetten of rechtszaken) maatregelen zijn of mediation trajecten. Als dit uitblijft om wat voor reden dan ook, dan lijkt verdere escalatie onvermijdelijk te zijn.

Hier ligt een grote en complexe verantwoordelijkheid voor “het medium”: de platformen als Twitter en Facebook, maar ook de journalistiek, en zelfs nog enigszins in tact zijnde instituten zoals de politiek. Hoewel wij persoonlijk twijfelen aan het vermogen (en zelfs de wil) van de ongebreideld gegroeide tech-giganten om hier een rol in te spelen.

Wat nodig is, is dat “wij” stoppen met cabaretier te spelen. Dat wij stoppen met “scoren” van likes. Dat wij, zelfs wanneer wij het fundamenteel oneens zijn met zaken die gebeuren (meestal gepersonifieerd in bepaalde individuen) ons niet laten verleiden tot escalerend taalgebruik (“belachelijk”, “wat een clown!”, “dement”), of debatteringstechnieken (drogredenen als “beroepen op traditie”, beroepen op autoriteit als “het is wetenschappelijk bewezen”, en talloze andere).

Zodra wij ons in het publieke domein bewegen zouden dergelijke gedragingen niet langer getolereerd moeten worden. Zoals wijzelf ook hebben gemerkt, en hetgeen ook door Friedrich Glasl is opgemerkt in zijn werk in internationale hevig geëscaleerde conflicten, is direct ingrijpen in het conflict vaak niet meer mogelijk. Maar wat wel mogelijk is, is voorbeeldgedrag. Hierdoor herinner je je betrokken partijen weer aan wat respect, rekening houden met een ander, en redelijkheid is.

Zulk gedrag kunnen wij eisen van bijvoorbeeld onze publiek verantwoordelijke figuren als politici en bestuurders. Net als het van essentieel belang is dat als je te hard rijden op de weg wilt tegengaan, van hoogwaardigheidsbekleders geëist kan worden dat juist zij zich aan de regels houden.

Wij kunnen onze kleine bijdrage leveren door, hoe ondankbaar ook, telkens weer te proberen de toon te veranderen of mensen aan te spreken op hun toon. Wanneer wij dat doen, moeten we niet ook nog proberen een inhoudelijk gelijk er tussen te schuiven — we hoeven ons alleen maar te beperken tot het leggen van de vinger op de zere plek: de toon.

Powered by

Copyright © 2020, reflektis & Rob Vens